Tilburg Heerlijkheid

 Tilburg was een voormalige ‘heerlijkheid‘, die bestond uit een verzameling verspreid liggende herdgangen. In de 16e eeuw telde Tilburg 11 herdgangen. Tot ver in de 19e eeuw was in feite geen sprake van een ‘stad’ Tilburg.

In de middeleeuwen werd deze benaming gebruikt ter aanduiding voor de woonkern in een gebied, wat toen niet meer was dan agrarische bebouwing.Corvel.jpg

Vaak ontstond zo’n herdgang op een T-splitsing waardoor er zich een driehoekig ‘plaatse‘ (plein) vormde, wat typerend is voor een herdgang. Voorbeelden waar dit nog

steeds zichtbaar is zijn het Korvelplein, Rosmolenplein en de Heuvel. Een plaatse fungeerde als verzamelplaats voor het vee (herdgang =veedrift) en was gewoonlijk voorzien van een waterpoel (spuul), die dienden als drinkplaats, als ‘brandkuil’ en ‘wolspuule’, voor het wassen van de ruwe schapenwol. 

Vanuit de hoeken van de plaatse leidde uitgaande wegen naar de weidegronden van het vee. Deze paden groeiden uit tot verbindingswegen tussen de herdgangen en worden ‘Linten genoemd. De Hasseltstraat, Goirkestraat, Koestraat en de Korvelseweg  zijn voorbeelden van zulk soort linten.

In de loop van de tijd werden ook deze wegen bebouwd, waardoor er aaneengesloten kernen ontstonden. In de 15e eeuw werden acht Tilburgse woonkernen als herdgangen aangeduid: Oerle, de Reit, de Hasselt, de Hoeven, Loven, de Veldhoven, Heuvel en Korvel.

Achter deze bebouwing lagen kleine akkercomplexen, verder weg lagen de gemeenschappelijke weidegronden, meest heidevelden, waar voornamelijk schapen graasden. De bevolking van de herdgangen hield zich behalve met akkerbouw en veeteelt al vroeg bezig met de wolverwerking.

Deze huisnijverheid was noodzakelijke ter aanvulling op het karige inkomen. De bewerkte wol werd verkocht aan tussenhandelaren en lokale lakenvollers, die voor de bewerking onder meer urine gebruikten. Kruikenzeiker Hieraan hebben de Tilburgers nog altijd hun bijnaam kruikenzeikers te danken.

In 1809, toen Tilburg van Koning Lodewijk Napoleon alsnog stadsrechten kreeg, telde de stad reeds 400 bedrijfjes, van huisweverij tot fabriek. Hieruit groeide in de 19e eeuw een bloeiende textielindustrie.